1 Mei, Dag van de Arbeid

Vandaag is het 1 mei, de Dag van de Arbeid.

Bij het eerste congres van de Tweede Internationale in 1889 werd besloten om op 1 mei 1890 een internationale strijddag voor de achturige werkdag te organiseren. Sindsdien is 1 mei jaarlijks een dag om aandacht te vragen voor de positie van de arbeider. Of zoals we tegenwoordig zouden zeggen, de werknemer.

Nu is werk in al die jaren behoorlijk veranderd. Veel mensen werken tegenwoordig op een kantoor in plaats van een fabriekshal (of in de huidige omstandigheden juist thuis), fabrieken automatiseren en mensen werken tegenwoordig veel achter een scherm. Deze grote veranderingen betekenen niet dat deze dag minder belangrijk is geworden. In tegendeel. We hoeven we ons tegenwoordig misschien niet meer hard te maken voor een achturige werkdag, maar er zijn wel andere zaken die voor werknemers beter kunnen. Denk aan de doorslaande flexibilisering van de arbeidsmarkt, het steeds moeilijker krijgen van een vast contract, een baas die vindt dat je 24/7 beschikbaar moet zijn of schijnconstructies waardoor je als werknemer niet de bescherming en rechten hebt die je wel verdient.

Ook is de arbeidsmarkt in beweging. Er is veel vraag naar technisch personeel en mensen die in de zorg willen werken. Tegelijkertijd staan er ook te veel mensen langs de zijlijn die niet meer aan de bak komen. En als voor jou toevallig alles op orde qua werk is, is het nog maar de vraag of je dan een huis kan krijgen in een mooie en veilige omgeving waar je je thuis voelt.

Deze knelpunten spelen landelijk, maar ook bij ons in de provincie. Dit zijn dan ook juist de punten waar de Statenfractie en Gedeputeerde van Dekken zich de afgelopen tijd voor hebben ingezet, en waar ze zich de komende tijd voor zullen blijven inzetten. Ter illustratie: Met het coronafonds heeft de provincie de afgelopen tijd ondernemers en buurthuizen kunnen ondersteunen om ze door deze crisis heen te helpen. Ook was er veel geld voor omscholing en behoud van werk beschikbaar, waar dan ook goed gebruik van is gemaakt.

Er komen grote plannen aan voor onze provincie, zoals het Deltaplan voor het Noorden en de uitbreiding van de Eemshaven in de Oostpolder. Dit zijn bij uitstek plannen waarbij het belangrijk is om de werknemer en de inwoner niet uit het oog te verliezen.

Als er nieuwe bedrijvigheid komt in de Eemshaven, is het essentieel dat dit duurzame bedrijvigheid is, waar Groningers aan de slag kunnen, in plaats van dan dat er personeel van elders moet komen. Daarom moeten de ROC’s betrokken worden bij dergelijke ontwikkelingen, zodat er voldoende geschoold personeel uit de provincie aan de slag kan. Ook kan de provincie door het stimuleren van omscholing zorgen dat mensen die nu aan de kant dreigen te komen staan, ook kunnen profiteren. De afgelopen tijd heeft ook laten zien dat de zorg meer aandacht verdient. Ook daarin is het belangrijk om te kijken hoe de provincie, met de ROC’s, hogescholen en universiteit kan helpen om meer mensen in de zorg aan het werk te krijgen.

Als er door het Deltaplan nieuwe huizen gebouwd worden in onze provincie, moeten deze ook betaalbaar en beschikbaar zijn voor de Groningers die op zoek zijn naar een nieuw huis. En niet alleen voor de mensen van elders die in onze mooie provincie willen wonen omdat de treinverbinding Lelylijn en de Nedersaksenlijn er voor zorgen dat je snel heen en weer kunt reizen. Ook blijven we ons inzetten voor de verdubbeling van de N33, die met alle ambities in onze provincie alleen maar belangrijker wordt.

Al met al is er nog altijd genoeg om voor te strijden, en dat zullen we dan ook blijven doen. Hopelijk treffen wij elkaar binnenkort weer fysiek om eens echt bij te praten, maar voor nu hopen we jullie te zien op de Gewestelijke Vergadering van vandaag.

Moedig voorwaarts!

Hartelijke groet,

Tjeerd van Dekken (gedeputeerde) & Pascal Roemers (fractievoorzitter).