Discussienotitie Werken aan Participatie(-beleid)

Vandaag werd in de Provinciale Staten de discussienotitie ‘Werken aan participatie(-beleid)’ besproken. Pascal Roemers voerde hiervoor namens de PvdA het woord.

Onze belangrijkste punten:

  • Participatiebeleid moet zich richten op alle Groningers, zonder ze daarbij nodeloos in hokjes te plaatsen. Communiceer als overheid zoveel mogelijk in begrijpelijke en toegankelijke taal, dan maak je een inclusief participatiebeleid mogelijk.
  • Om een goede mening te kunnen vormen over een onderwerp moet iedereen zich inlezen. Dat betekent dat je hierin gelijkwaardiger kunt beginnen, zonder te doen alsof wij als politici alwetend zijn en de inwoners niet.
  • Mensen willen niet alleen maar in gesprek. Dit geeft aan inwoners vaak het idee dat ondanks dat ze mee mogen praten, het besluit voor de politiek al vaststaat.
  • Een afwegingskader zou in onze ogen heel goed kunnen werken. Hierin kan gemotiveerd worden aangegeven welke kansen er liggen en kunnen de Groningers een weloverwogen besluit nemen.

Voor alle Groningers

Pascal was op verschillende punten uit de notitie kritisch, bijvoorbeeld hoe het thema ‘inclusie’ naar voren kwam. Er wordt in de notitie namelijk nadrukkelijk ingegaan op het bereiken van ‘praktisch opgeleide’ mensen en mensen met een ‘laag inkomen’. Het is in onze ogen niet nodig om dit te doen. Er zijn hoogopgeleiden die nooit hun mond opendoen en laagopgeleiden die dat juist wel doen. Daarnaast zijn er ook genoeg mensen met een laag inkomen die veel en vaak participeren en die met goede initiatieven komen. Participatiebeleid moet zich richten op alle Groningers, zonder ze daarbij nodeloos in hokjes te plaatsen. Communiceer als overheid zoveel mogelijk in begrijpelijke en toegankelijke taal, dan maak je een inclusief participatiebeleid mogelijk.

Een gelijkwaardig begin

“Om mee te kunnen praten over plannen en beleidsvoornemens van de provincie, moeten mensen weten wat de provincie doet en over de juiste informatie beschikken.” Met deze zin uit de notitie wordt in onze ogen duidelijk waarom we als provincie nog een hoop kunnen leren over participatiebeleid. Het college geeft met deze zin aan dat de Groningse inwoners een informatieachterstand hebben. Dat klopt ook, maar dat geldt ook zeker voor de provincie. Wij hebben niet de illusie dat wij alles weten tot op het perceelnummer nauwkeurig. Om een goede mening te kunnen vormen over een onderwerp moet iedereen zich inlezen. Dat betekent dat je hierin gelijkwaardiger kunt beginnen, zonder te doen alsof wij als politici alwetend zijn en de inwoners niet.

Meer dan praten

Participatie is meer dan meepraten. In de notitie is vooral te lezen dat we ‘in gesprek’ moeten gaan met inwoners. Maar mensen willen niet alleen in gesprek. Dit geeft aan inwoners vaak het idee dat ze mee mogen praten, maar dat het besluit voor de politiek al vaststaat.  Gesprekken geven hoop en helaas ook vaak teleurstelling. Waarom? Omdat men uiteindelijk niet echt mee mag doen. Hoe geven we nu de inwoners zeggenschap over hun eigen bestaan en zorgen we dat niet altijd de overheid dominant is? Een afwegingskader zou in de ogen van de PvdA heel goed kunnen werken. Hierin kan gemotiveerd worden aangegeven welke kansen er liggen en kunnen de Groningers een weloverwogen besluit nemen.