Maidenspeech Isolde den Haring

Vanochtend sprak Isolde den Haring tijdens het bespreken van de Kadernota over het Leefbaarheidsprogramma 2020-2023. Lees verder voor haar hele woordvoering.

Dank u voorzitter,

Ik had zo mijn best gedaan om als laatste mijn maidenspeech te mogen houden en dat was bijna gelukt…

In de brede welvaartsmonitor hebben we allemaal kunnen lezen dat Groningen de slechtste provincie van Nederland is om te wonen. Dit zette mij aan het denken, want ik woon hier al mijn hele leven erg prettig, dus ik vroeg mij af waarom anderen dat zo anders ervaren.

Toen realiseerde ik mij dat ik misschien wel gemakkelijk praten heb. Ik ben hoogopgeleid als ingenieur en kan daardoor redelijk gemakkelijk een baan vinden die ik leuk vind en waar ik dan ook nog een salaris voor krijg waarvan ik goed kan leven. Ik kan mij een mooi huis permitteren in een landelijke omgeving waar de lucht nog schoon is, ik woon in één van de veiligste regio’s van Nederland en buiten het aardbevingsgebied. Ik ben gezond en voel mij voldoende maatschappelijk betrokken. De balans tussen werk en privé is weliswaar soms wat zoek en daar lijden mijn sociale contacten dan ook onder. Maar over het geheel geef ik mijn leven toch eerder een dikke acht of misschien zelfs wel richting een negen dan de zes en een halfdie de gemiddelde Groninger hun leven geven.

En dat voorzitter, is de reden dat ik politiek actief ben geworden zes jaar geleden als raadslid voor de Partij van de Arbeid. Want ik heb mij altijd gerealiseerd dat niet iedereen het zo goed heeft getroffen als ik en ik geloof in de sociaaldemocratische kernwaarden: iedereen zou zeker moeten kunnen zijn vaneen eerlijk inkomen, onproblematische toegang tot basisvoorzieningen hebben zoals zorg en onderwijs en iedereen zou het beste uit zichzelf moeten kunnen halen.

En die sociaaldemocratische waarden, voorzitter, zie ik terug in het voorliggende leefbaarheidsprogramma waarin de provincie een aanjagende, faciliterende en verbindende rol kiest om als een vliegwiel processen ten aanzien van inkomen, arbeid en gezondheid in gang te zetten zodat in de toekomst misschien iedere Groninger net als ik zijn leven een dikke acht kan geven.

Uit het leefbaarheidsprogramma blijkt dat het zorglandschap hard aan het veranderen is door krimp en vergrijzing. Er wordt meer zorg gevraagd door de ouder wordende bevolking, maar er zijn minder mensen die deze zorg kunnen leveren. Hier is een grote mismatch aan het ontstaan. De informele zorg krijgt een steeds belangrijkere rol en daar is een AED netwerk ook onderdeel van. Want ook daar is een mismatch tussen vraag en aanbod.

Er liggen heel veel AED’s in Nederland en er zijn heel veel mensen die daarmee overweg kunnen. Alleen ze worden heel vaak niet geregistreerd en veel AED’s liggen in gebouwen die niet altijd toegankelijk zijn. De meldkamer heeft een systeem dat als er een melding binnenkomt van een hartaanval dan sturen zij natuurlijk de ambulance direct op pad, maar daarnaast worden geregistreerde vrijwilligers in de buurt van de patiënt door middel van een sms opgeroepen om  te komen helpen. De ene helft wordt naar de patiënt gestuurd en de andere helft naar de dichtstbijzijnde geregistreerde AED. Op die manier kan al begonnen worden met reanimeren ruim voordat de ambulance arriveert. Als je je dan bedenkt dat de eerste zes minuten bij een reanimatie cruciaal zijn en dat de aanrijtijd van 15 minuten van de ambulance in ons landelijke gebied niet altijd haalbaar blijkt te zijn is het duidelijk dat een dekkend AED netwerk levens zal redden. Daarom willen wij het college vragen een verkenning te doen naar waar AED’s zijn in onze provincie, of die binnen of buiten hangen en of er overal voldoende vrijwilligers zijn geregistreerd om hulp te kunnen verlenen.

Als meer mensen zich laten registreren en meer AED’s bereikbaar zijn vergroot dit niet alleen de leefbaarheid, maar ook de kans op overleven bij een reanimatie.